Francq van Berkheij, Carel David de Vrij le
Jongelings vreugdezang, en rouwklagt ter heugchelyke verjaaring van zyne doorluchtige hoogheid Willem Frederik, erf-prince van Oranje en Nassauw [...]. Den Haag, J.F. Jacobs de Agé, 1786.
8°: pi 8, gepag.: 16 pp. Zonder omslag. Lit.: Arpots, Vrank en Vry. Johannes le Francq van Berkheij(Nijmegen 1990); Kloek e.a., 'Literaire genootschappen 1748-1800', in: Documentatieblad Werkgroep achttiende eeuw 15 (1983); Singeling, Gezellige schrijvers. Aspecten van letterkundige genootschappelijkheid in Nederland, 1750-1800 (Amsterdam 1991) Dichtstukje ter gelegenheid van de 14e verjaardag van de oudste zoon van stadhouder Willem V, die vanaf 1815 als koning Willem I zou regeren. De auteur was een natuurlijke zoon van dichter, wetenschapsman en vurig aanhanger van Oranje, Johannes le Francq van Berkheij. Op de titelpagina wordt Carel David een "aankweekeling in het dichtlievend genootschap 'Tandem fit surculus arbor'" genoemd, een genootschap dat niet voorkomt bij Singeling. Kloek ('Literaire genootschappen 1748-1800') kent wel een gezelschap van die naam, maar dat was gevestigd in Utrecht, publiceerde slechts in het Latijn en had al in 1778 opgehouden te bestaan. Tot een volwaardig dichter heeft de jongen niet kunnen uitgroeien, want - zo schrijft Arpots in zijn biografie - vermoedelijk in 1792 schoot de jongen zich uit liefdesverdriet een kogel door het hoofd. De vader, "onherstelbaar bedroefd", trof in de jaszak van zijn zoon Goethe's Werther aan "en een prentje daar hij zig doodschiet". In de NCC wordt Carel David de Vrij ten onrechte een pseudoniem van Johannes le Francq van Berkheij genoemd.
[Bookseller: Antiquariaat A.G. van der Steur]
|